De belangstelling voor het loodgietersvak neemt toe. Vorig jaar kozen bijna 5000 jongeren voor een mbo-opleiding in werktuigbouwkundige installaties. Dat is een toename van 20 procent in vergelijking met 2020, berichtte Techniek Nederland vorige week, naar aanleiding van Wereld Loodgieters Dag. Voorzitter Doekle Terpstra van Techniek Nederland is er blij mee. Hij spreekt van “een herwaardering van modern vakmanschap”.
Allround vakmensen
Loodgieter is een ouderwetse benaming voor een modern vak, meent Terpstra. Hij heeft een alternatief woord paraat: sanitair-installateur. Volgens Terpstra dekt dat de lading beter. “Sanitair-installateurs zijn allround vakmensen met een brede expertise. Ze zorgen niet alleen voor water- en energiebesparing, maar voorkomen ook legionellabesmettingen. En ze dragen eraan bij dat ouderen langer zelfstandig kunnen wonen, door middel van aangepast sanitair. Het vak van sanitair-installateur is veelzijdig, uitdagend en toekomstbestendig.”
Stokoude loodgieter
Even terug naar de loodgieter. ‘Een vakman die zich bezighoudt met de aanleg en het onderhoud van sanitair, verwarmingsinstallaties en/of riolering’, lezen we in het woordenboek. Klopt als een bus, zou je zeggen. Maar die term, loodgieter. Die heeft een andere herkomst. Het woord werd voor het eerst vermeld in 1346.
Hup Romeinen
De Romeinen kenden het. Loodgieter betekende het gieten van stroken lood en loden pijpen. Over sanitair gesproken. Wel even wat anders. Tot zover de geschiedenis. Is de loodgieter uitgegoten, is het woord niet meer van deze tijd? Moeten we met stoom en kokend water overstappen naar sanitair-installateur? Of is er een nog beter alternatief? Laat het ons weten via redactie@henkenfred.nl.






